Aan het begin van je zwangerschap neemt je verloskundige een buisje bloed af voor een aantal standaardonderzoeken. Samen heten ze de PSIE: de prenatale screening op infectieziekten en bloedgroepen. Ze kijken naar je bloedgroep, naar een paar infectieziekten en naar bloedarmoede. Het doel is om problemen vroeg op te sporen en jou en je baby goed te beschermen. Dit hoort bij de gewone zorg, je betaalt er niets extra voor.
Wat wordt er onderzocht?
Het gaat om vier onderdelen, elk met een eigen reden.
| Onderzoek | Waarom |
|---|---|
| Bloedgroep en rhesusfactor | Veilige zorg en bescherming van de baby |
| Irregulaire antistoffen | Kunnen het bloed van de baby afbreken |
| HIV, hepatitis B en syfilis | Behandelbaar, beschermt de baby |
| Hemoglobine (Hb) | Spoort bloedarmoede op |
Bloedgroep en rhesusfactor
Naast je bloedgroep (A, B, AB of O) worden je rhesusfactoren bepaald, de rhesus-D en de rhesus-c. Ook wordt gekeken of je antistoffen tegen bloedgroepen hebt. Ben je rhesus-negatief en je baby rhesus-positief, dan kan je lichaam afweerstoffen maken tegen het bloed van je baby. Die afweerstoffen kunnen via de placenta bij je baby komen en daar rode bloedcellen afbreken, waardoor je baby bloedarmoede kan krijgen. Dat heet rhesusziekte.
Bij een eerste kind is dat zelden een probleem, omdat je lichaam de afweerstoffen pas net begint te maken. Voor een volgende zwangerschap is het wel belangrijk, en daarom wordt het zo vroeg in beeld gebracht.
Onderzoek naar infectieziekten
Je bloed wordt getest op drie infectieziekten: hepatitis B, HIV en syfilis. Het klinkt heftig, maar de reden is juist geruststellend: alle drie zijn ze goed te behandelen, en met behandeling is de kans dat je baby besmet raakt heel klein. Wat er gebeurt als een test positief is, hangt af van de infectie:
- Hepatitis B: je baby krijgt vlak na de geboorte een prik met antistoffen en een vaccinatie, waardoor besmetting bijna altijd wordt voorkomen.
- HIV: met medicijnen tijdens de zwangerschap en de bevalling is de kans dat je baby het virus krijgt heel klein.
- Syfilis: een behandeling met antibiotica tijdens de zwangerschap beschermt je baby.
Later in de zwangerschap
Rond week 27 wordt opnieuw bloed geprikt voor de rhesusbepaling van je baby. Rond week 30 controleert je verloskundige je hemoglobine nog een keer, omdat bloedarmoede juist in de tweede helft van de zwangerschap vaker voorkomt. Zo houdt ze de belangrijkste waarden in de gaten.
Veelgestelde vragen
De vragen die bij dit onderwerp het vaakst gesteld worden.
Je bloedgroep en rhesusfactoren, irregulaire antistoffen, de infectieziekten HIV, hepatitis B en syfilis, en je hemoglobine voor bloedarmoede. Samen heet dit de PSIE.
Als jij rhesus-negatief bent en je baby positief, kan je lichaam afweerstoffen maken die de rode bloedcellen van je baby afbreken. Een anti-D-prik voorkomt dat.
Nee, je mag het weigeren. Het wordt wel sterk aangeraden, omdat je er je baby mee kunt beschermen.
Dan mist jouw bloed de rhesusfactor. Heeft je baby die wel, dan krijg je rond week 30 en na de bevalling anti-D om afweerstoffen te voorkomen.
Dan volgt behandeling. Bij hepatitis B krijgt je baby na de geboorte een prik, bij HIV krijg je medicijnen, en syfilis behandel je met antibiotica. Zo blijft je baby beschermd.
Meestal aan het begin en opnieuw rond week 30, omdat bloedarmoede in de tweede helft van de zwangerschap vaker voorkomt.
LET OP
Dit artikel vervangt geen medisch advies. Bespreek vragen over je bloedonderzoek altijd met je verloskundige of arts.
Laatst bijgewerkt: juni 2026. We werken dit artikel regelmatig bij.



