Op welk percentiel zit je baby?

Vul gewicht of lengte, leeftijd en geslacht in. De rekenaar toont de percentiel volgens de WHO-groeistandaard en legt voor je uit wat die betekent.

Hoe we rekenen
Geslacht
Wat wil je inschatten?
Leeftijd
Het resultaat

Kies geslacht, leeftijd en vul een waarde in, dan tonen we het percentiel.

Zo rekenen we

WHO-groeistandaard

De rekenaar gebruikt de officiële WHO Child Growth Standards. Voor elke leeftijd, elk geslacht en elke maat is er een referentiecurve waar we jouw waarde langs leggen.

01

Referentie bepalen

Bij geslacht, leeftijd in maanden en maat (gewicht of lengte) hoort een WHO-referentie met drie waarden: L, M en S.

L, M, S = WHO-referentie
02

Z-score berekenen

Uit je meetwaarde en de referentie volgt de Z-score, de afstand tot de mediaan in standaarddeviaties.

Z-score = Percentiel

Wat zegt het percentiel?

Het percentiel laat zien hoe je baby zich verhoudt tot leeftijdsgenootjes van hetzelfde geslacht. Zit je kind op het 75e percentiel, dan zijn 75 van de 100 kinderen van dezelfde leeftijd lichter of kleiner, en 25 zwaarder of groter. Het 50e percentiel is de mediaan, de typische middenwaarde.

Een hoog of laag percentiel is op zich geen reden tot zorg; kinderen zijn nu eenmaal verschillend gebouwd. Belangrijker dan één waarde is het verloop over de tijd, dat het consultatiebureau in de groeicurve bijhoudt. In welke week je zit tijdens de zwangerschap zie je met de weken-rekenaar.

Wat is het normale gebied?

Als normaal gebied geldt de ruimte tussen de 3e en het 97e percentiel. 94 van de 100 gezonde kinderen vallen daarbinnen. Waarden net erboven of eronder zijn vaak gewoon aanleg: slanke ouders krijgen vaak slanke kinderen, grote ouders vaak grote kinderen.

Een waarde onder het 3e of boven 97e percentiel betekent niet automatisch een probleem. Het is een reden om er bij de volgende afspraak naar te vragen, zeker als de lijn ineens afbuigt of steil stijgt. Hoe groot je baby tijdens de zwangerschap ongeveer is, laat de babygrootte per week zien.

Verloop is belangrijker dan één meting

Een losse meetwaarde zegt weinig. Wat het consultatiebureau vooral volgt, is het verloop van de groeicurve. Een baby die stabiel op het 25e percentiel groeit, is gezond. Een baby die van de 75e ineens naar de 25e zakt, verdient uitleg, ook al is de 25e op zich normaal.

Op het consultatiebureau worden gewicht, lengte en hoofdomtrek bij elk bezoek genoteerd en in de curve gezet. Zo ontstaat een persoonlijke groeilijn. Wijkt je baby af van zijn eigen trend, dan kan de jeugdarts gericht kijken.

WHO-standaard en de Nederlandse groeidiagrammen

Er zijn twee grote groeistandaarden. De WHO Child Growth Standards (2006) zijn gebaseerd op kinderen uit zes landen die onder optimale omstandigheden opgroeiden, grotendeels borstgevoed. Ze laten zien hoe kinderen onder de beste omstandigheden kunnen groeien. De oudere CDC-curven laten juist zien hoe kinderen gemiddeld groeien, inclusief flesgevoede baby's.

In Nederland gebruikt het consultatiebureau de groeidiagrammen van TNO, die voor de eerste levensjaren op de WHO-standaard leunen. Deze rekenaar gebruikt de WHO-standaard, omdat die internationaal de referentie is voor baby's van 0 tot 5 jaar.

Wanneer naar het consultatiebureau of de huisarts?

Bespreek de waarden bij het volgende bezoek als:

  • je baby over meerdere metingen een percentiel overslaat (bijvoorbeeld van 50e naar 10e)
  • de lijn duidelijk afbuigt of steil stijgt
  • je baby onder het 3e of boven 97e percentiel ligt én het verloop ongewoon is
  • je twijfelt of je baby genoeg drinkt of eet

Bij acute signalen zoals slecht drinken, sterk gewichtsverlies, aanhoudend braken of sufheid ga je meteen naar de huisarts, niet wachten tot de volgende afspraak.

Veelgestelde vragen

Mijn baby zit op het 10e percentiel, is dat erg?

Nee, het 10e percentiel valt binnen het normale gebied. Het betekent alleen dat 90 van de 100 leeftijdsgenootjes zwaarder of groter zijn. Zolang je baby gezond is en zijn eigen lijn volgt, is dat prima. Het verloop telt meer dan een losse waarde.

Welke gegevens heb ik nodig voor de berekening?

Je hebt het geslacht, de leeftijd in maanden en een meetwaarde nodig: het gewicht in kilogram of de lengte in centimeter. De rest doet de rekenaar aan de hand van de WHO-referentiecurven.

Wat is het verschil tussen percentiel en normaal gebied?

Het percentiel is de precieze plek van je baby, bijvoorbeeld het 25e percentiel. Het normale gebied is de band van de 3e tot het 97e percentiel, waar 94 van de 100 gezonde kinderen in vallen.

Waarom gebruikt Mamenza de WHO-standaard?

De WHO Child Growth Standards zijn de internationale referentie voor borstgevoede en gezond opgroeiende kinderen van 0 tot 5 jaar. Ook de Nederlandse groeidiagrammen van TNO leunen voor de eerste jaren op WHO-data. Deze rekenaar dekt 0 tot 5 jaar (60 maanden).

Mijn baby zit tussen twee maandwaarden in, wat kies ik?

Kies de dichtstbijzijnde volle maand. Het verschil tussen twee opeenvolgende maanden is klein. Voor de beoordeling telt sowieso het verloop over meerdere metingen, niet het losse punt.

Mijn baby is te vroeg geboren en zit onder het 3e percentiel, normaal?

Bij te vroeg geboren baby's reken je met de gecorrigeerde leeftijd (vanaf de uitgerekende datum). Zo gemeten vallen de meeste te vroeg geboren baby's binnen het normale gebied. Op de ongecorrigeerde curve lijken ze te klein. De meeste halen hun achterstand in de eerste 2 tot 3 jaar in.

Waarom zitten borstgevoede baby's soms lager op de curve?

Borstgevoede baby's groeien de eerste maanden vaak sneller en vanaf ongeveer 4 maanden juist wat langzamer dan flesgevoede baby's. De WHO-standaard is gebaseerd op borstgevoede kinderen en is daarom de juiste referentie. Lager op de WHO-curve is dan vaak geen probleem, je baby groeit in het tempo dat voor een borstgevoede baby normaal is.

Mijn baby zit heel hoog (boven het 97e percentiel), moet ik me zorgen maken?

Alleen als het verloop steil stijgt of je baby duidelijk te zwaar oogt. Baby's met een hoog geboortegewicht blijven vaak in de bovenste percentielen zonder dat dat een probleem is. Aanleg en de manier van voeden spelen mee; of er echt iets aan de hand is, beoordeelt de jeugdarts.