De controles in de zwangerschap op een rij
In Nederland word je tijdens de zwangerschap begeleid door je verloskundige, en bij een medische reden door de gynaecoloog. Je eerste, uitgebreide controle is meestal rond week 8 tot 10. Daarna volgen regelmatige controles, waarbij je bloeddruk, de groei van je baby en je eigen welzijn in de gaten worden gehouden.
Bij de eerste controle hoort vrijwel altijd bloedonderzoek. Daarbij worden onder andere je bloedgroep, je resusfactor, je ijzergehalte en een aantal infecties bepaald. Deze planner zet alle vaste momenten op een rij, zodat je niets vergeet te boeken.
Welke echo's en testen krijg je?
De prenatale screening in Nederland is geregeld via het programma prenatale screening van het RIVM. Je beslist zelf of je eraan meedoet. De belangrijkste momenten:
- NIPT: een bloedtest naar het syndroom van Down, Edwards en Patau, mogelijk vanaf 10 weken. Lees meer over de NIPT.
- 13-wekenecho: een medisch onderzoek naar lichamelijke afwijkingen, rond week 12 tot 14. Zie de 13-wekenecho.
- 20-wekenecho: het uitgebreide onderzoek naar de organen en de groei, rond week 18 tot 21. Zie de 20-wekenecho.
Sommige testen gebeuren alleen als daar een reden voor is. Een test op groep-B-streptokokken en een glucosetest worden in Nederland niet standaard bij iedereen gedaan, maar op basis van je situatie en risicofactoren.
Hoe vaak zie je je verloskundige?
Aan het begin zijn de controles verder uit elkaar, naar het einde toe steeds dichter op elkaar. Een gebruikelijk ritme ziet er zo uit:
- Tot ongeveer week 30: ongeveer eens in de vier weken.
- Week 30 tot 36: ongeveer eens in de twee weken.
- Vanaf week 37: wekelijks, tot de bevalling.
In het laatste deel van je zwangerschap wordt het ook praktisch. Dit is het moment om je ziekenhuistas klaar te zetten en je bevalplan te bespreken. Weet je niet precies in welke week je zit, reken dat dan na met de zwangerschapsweken-calculator.
Anti-D bij een negatieve resusfactor
Heb je bloedgroep resus-negatief, dan krijg je extra aandacht. Rond week 27 wordt met een bloedtest gekeken naar de bloedgroep van je baby. Is die resus-positief, dan krijg je rond week 30 een anti-D-injectie, en vaak nog een keer kort na de bevalling. Dit voorkomt dat je lichaam afweerstoffen aanmaakt die bij een volgende zwangerschap problemen kunnen geven.
Je verloskundige bespreekt dit met je zodra je bloeduitslagen binnen zijn. Je hoeft hier zelf niets voor te onthouden, maar het is goed om te weten waarom die extra prik rond week 30 op je schema staat.
Wat regel je zelf, en wanneer?
Naast de medische controles zijn er dingen die je zelf op tijd vastlegt. Een handige volgorde:
- Eerste weken: een verloskundige kiezen en je eerste afspraak maken. In sommige regio's zijn praktijken snel vol.
- Rond week 12 tot 16: je kraamzorg aanvragen, want kraambureaus willen je aanmelding het liefst voor week 16. Denk ook na over een zwangerschapscursus en over waar je wilt bevallen.
- Vanaf week 28: je zwangerschapsverlof berekenen en plannen.
- Vanaf week 34: je ziekenhuistas inpakken en je bevalplan afmaken.
Zo houd je het overzicht zonder dat je alles tegelijk hoeft te doen. De planner verschuift al deze momenten automatisch mee met jouw uitgerekende datum.