Wat gebeurt er bij de eisprong?
Bij de eisprong komt een rijpe eicel vrij uit de eierstok. Die eicel reist door de eileider en kan daar ongeveer 12 tot 24 uur bevrucht worden. De eisprong wordt op gang gebracht door een piek van het hormoon LH (luteïniserend hormoon), meestal 24 tot 36 uur voor de eisprong zelf.
Bij een cyclus van 28 dagen valt de eisprong gemiddeld rond dag 14. Bij een langere of kortere cyclus schuift dat mee, omdat vooral de eerste helft van je cyclus varieert. Zodra je je eisprong kent, kun je met de uitrekendatum-calculator je vermoedelijke bevaldatum berekenen als je zwanger bent.
Vruchtbare dagen herkennen: slijm, temperatuur en ovulatietest
De rekenaar geeft een schatting op basis van je cyclus. Nog nauwkeuriger word je als je ook je eigen signalen volgt:
- Baarmoederhalsslijm: rond je eisprong wordt het slijm helder, glad en rekbaar, een beetje als rauw eiwit. Dat is het duidelijkste teken van je vruchtbare fase.
- Basale temperatuur: je ochtendtemperatuur stijgt na de eisprong met 0,2 tot 0,5 graad. Dit laat de eisprong pas achteraf zien, dus het is meer voor het leren kennen van je patroon dan voor vooruit plannen.
- Ovulatietest: deze strips meten de LH-piek in je urine. Een positieve test betekent dat de eisprong binnen 24 tot 36 uur komt. Ideaal om gericht te timen, en gewoon bij de drogist te koop.
De combinatie van rekenaar, slijm volgen en een ovulatietest geeft je het volledigste beeld. Bij een regelmatige cyclus is de rekenaar plus een gerichte ovulatietest vaak al genoeg.
Eisprong bij een onregelmatige cyclus
Een cyclus heet onregelmatig als de lengte van maand tot maand meer dan 7 dagen verschilt. Oorzaken zijn onder andere stress, sterke gewichtsschommelingen, PCOS (polycysteus-ovariumsyndroom), schildklierproblemen of het stoppen met de pil.
Bij een onregelmatige cyclus is de schatting minder precies, omdat de rekenaar met een gemiddelde werkt. Volg dan dagelijks je slijm en temperatuur over minstens drie cycli, en gebruik ovulatietesten vanaf cyclusdag 10. Blijft je cyclus onregelmatig en heb je een kinderwens? Bespreek dat met je huisarts of verloskundige.
Kinderwens: de beste timing
Omdat zaadcellen tot 5 dagen overleven, is regelmatig vrijen in de dagen voor je eisprong het meest kansrijk. De kans is het hoogst op de dag voor de eisprong en de dag zelf.
Een handige richtlijn: elke een tot twee dagen vrijen in je vruchtbare venster werkt statistisch beter dan mikken op precies de berekende dag. Denk bij een kinderwens ook aan foliumzuur: begin minstens 4 weken voor je zwanger wilt worden met 400 microgram per dag, om een neuralebuisdefect te helpen voorkomen.
Van eisprong naar innesteling
Na de eisprong duurt het ongeveer zes tot tien dagen voordat een bevruchte eicel zich in het baarmoederslijmvlies nestelt. Pas daarna maakt je lichaam het zwangerschapshormoon hCG aan, dat een zwangerschapstest oppikt. Te vroeg testen geeft daarom soms een vals-negatief resultaat.
De innestelings-rechner schat je waarschijnlijke innestelingsvenster op basis van je eisprong. Test het beste vanaf de eerste dag dat je menstruatie uitblijft, ongeveer 14 dagen na de eisprong. Ben je zwanger? Dan helpt de weken-rekenaar je verder.