Onderzoeken

Vlokkentest: wat is het, wanneer en welke risico's?

De vlokkentest onderzoekt placentaweefsel en geeft vanaf 11 weken zekerheid over de chromosomen van je baby. Wanneer je hem krijgt en hoe hij verschilt van de vruchtwaterpunctie.

Mamenza-redactie
Laatst gecontroleerd · 3 min. leestijd
Vlokkentest: wat is het, wanneer en welke risico's?

Een vlokkentest is geen standaardonderzoek. Je krijgt hem alleen aangeboden als er een verhoogde kans is op een chromosoomafwijking, bijvoorbeeld na een afwijkende NIPT.

Kort gezegd: een arts onderzoekt een stukje placentaweefsel om zekerheid te krijgen over de chromosomen van je baby. Anders dan de NIPT geeft de vlokkentest een diagnose, geen kans. Je beslist altijd zelf of je hem wilt.

Wat is een vlokkentest?

Bij een vlokkentest neemt een arts een klein beetje weefsel weg uit de placenta, de zogeheten chorionvlokken. In dat weefsel zitten dezelfde chromosomen als bij je baby.

Het laboratorium onderzoekt die chromosomen. Zo krijg je zekerheid over aandoeningen als het down-, edwards- of patausyndroom, terwijl de NIPT daar alleen een kans voor aangeeft.

Wanneer krijg je een vlokkentest?

De vlokkentest is vervolgonderzoek. Je verloskundige of arts biedt hem aan als daar een duidelijke reden voor is.

  • Na een afwijkende NIPT of een andere screening die op een verhoogde kans wijst.
  • Bij een erfelijke aandoening in de familie waarvoor gericht onderzoek mogelijk is.
  • Vanaf 11 weken, meestal tussen week 11 en 14, dus eerder dan een vruchtwaterpunctie.

Vlokkentest of vruchtwaterpunctie?

Beide onderzoeken geven zekerheid over de chromosomen. Het verschil zit vooral in het moment en het materiaal.

KenmerkVlokkentestVruchtwaterpunctie
Wanneer11 tot 14 wekenvanaf ongeveer 16 weken
Onderzochtplacentaweefselvruchtwater
Uitslagzekerheidzekerheid

Wat zijn de risico's?

Veelgestelde vragen

De vragen die bij dit onderwerp het vaakst gesteld worden.

Een vlokkentest is een onderzoek waarbij een arts een beetje placentaweefsel wegneemt om de chromosomen van je baby te onderzoeken. Het geeft zekerheid over aandoeningen als het down-, edwards- of patausyndroom.

Vanaf 11 weken zwangerschap, meestal tussen week 11 en 14. Dat is eerder dan een vruchtwaterpunctie, die meestal rond 16 weken wordt gedaan.

Bij een vlokkentest wordt placentaweefsel onderzocht, meestal tussen week 11 en 14. Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater onderzocht, meestal rond week 16. Beide geven zekerheid over de chromosomen van je baby.

Meestal na een afwijkende NIPT of een andere screening die op een verhoogde kans wijst, of als er een erfelijke aandoening in de familie zit. De test is dus vervolgonderzoek, geen standaardonderzoek.

Omdat de test invasief is, is er een kleine kans op een miskraam: volgens het RIVM ongeveer 2 op de 1.000 onderzoeken (0,2 procent). Je arts bespreekt het precieze risico vooraf met je, zodat je een afgewogen keuze kunt maken tussen wel of geen onderzoek.

LET OP

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Neem bij vragen of twijfel altijd contact op met je verloskundige of huisarts.

Laatst bijgewerkt: juni 2026. We werken dit artikel regelmatig bij.