Zwangerschapsdiabetes: symptomen en wie meer risico loopt

Zwangerschapsdiabetes geeft vaak weinig of geen klachten. Juist daarom wordt er bij een verhoogd risico een suikertest gedaan, meestal rond week 24 tot 28. Merk je wel iets, dan gaat het meestal om veel dorst, vermoeidheid of wazig zien. Hieronder lees je welke signalen er kunnen zijn en wie meer kans heeft op zwangerschapsdiabetes.

Welke symptomen kun je hebben?

Als er klachten zijn, zijn dit de meest voorkomende. Ze zijn niet specifiek en horen vaak ook gewoon bij een zwangerschap, dus je herkent zwangerschapsdiabetes er niet zeker aan.

  • Veel dorst: je hebt vaker dorst en drinkt meer dan normaal.
  • Moe en futloos: je voelt je erg moe, ook als je genoeg hebt geslapen.
  • Vaak plassen: je moet vaker naar het toilet dan je van de zwangerschap gewend bent.
  • Wazig zien: soms zie je even wazig of troebel.

Waarom je vaak niets merkt

Bij de meeste vrouwen geeft zwangerschapsdiabetes geen duidelijke klachten. De bloedsuiker stijgt geleidelijk en de klachten lijken op gewone zwangerschapsklachten, dus het is lastig om het zelf op te merken, en wordt het opgespoord met een test.

Wie loopt meer risico?

Sommige vrouwen hebben een grotere kans op zwangerschapsdiabetes. Herken je een of meer van deze factoren, dan word je meestal eerder of standaard getest.

  • Overgewicht aan het begin van de zwangerschap (een BMI boven de 30).
  • Zwangerschapsdiabetes in een eerdere zwangerschap.
  • Een ouder, broer of zus met diabetes type 2.
  • Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS).
  • Een Hindoestaanse, Noord-Afrikaanse, Aziatische of Arabische achtergrond.
  • Een eerdere baby met een hoog geboortegewicht.

Hoe wordt zwangerschapsdiabetes getest?

Zwangerschapsdiabetes wordt getest met een suikertest, ook wel glucosetest genoemd. Je drinkt een suikerdrankje en daarna wordt je bloedsuiker gemeten. Zo zien ze of je lichaam de suiker goed verwerkt. De test is niet gevaarlijk voor jou of je baby. Blijkt je bloedsuiker te hoog, dan kom je onder controle bij je gynaecoloog of internist en begint de behandeling meestal met aangepaste voeding.

Waarom het belangrijk is om het te weten

Een te hoge bloedsuiker is niet goed voor je baby: het kind kan groter worden dan gemiddeld, waardoor de bevalling zwaarder kan zijn, en het kan na de geboorte een te lage bloedsuiker krijgen. Met een goed gereguleerde bloedsuiker is de kans op deze problemen veel kleiner. Meer over wat je dan het beste eet, lees je bij het dieet bij zwangerschapsdiabetes.

Veelgestelde vragen

De vragen die bij dit onderwerp het vaakst gesteld worden.

Vaak zijn er geen duidelijke klachten. Als er wel signalen zijn, gaat het meestal om veel dorst, vermoeidheid, vaak plassen of wazig zien. Deze horen ook bij een gewone zwangerschap, dus een test geeft zekerheid.

Ja, dat is zelfs heel gewoon. De meeste vrouwen merken er weinig of niets van. Daarom wordt er bij een verhoogd risico een suikertest gedaan om het op te sporen.

Meestal rond week 24 tot 28. Heb je een verhoogd risico, dan kan de test eerder plaatsvinden. Je verloskundige of huisarts bespreekt wanneer een suikertest bij jou nodig is.

Onder anderen vrouwen met overgewicht bij de start, met zwangerschapsdiabetes in een vorige zwangerschap, met diabetes type 2 in de familie, met PCOS, of van Hindoestaanse, Noord-Afrikaanse, Aziatische of Arabische afkomst.

Nee. Bij de suikertest drink je een suikerdrankje en wordt je bloedsuiker gemeten. Dat is niet gevaarlijk voor jou of je baby en geeft juist duidelijkheid, zodat je op tijd behandeld kunt worden.

LET OP

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Twijfel je of maak je je zorgen, neem dan contact op met je verloskundige of huisarts.

Laatst bijgewerkt: juli 2026. We werken dit artikel regelmatig bij.